Luchtdichting van het massief passiefhuis

Zoals eerder al aangegeven, is in een passiefhuis de luchtdichtheid van uiterst groot belang. Om aan de voorwaarden van het passiefhuis te voldoen, mogen bij een over- en onderdruk van 50Pa de lekverliezen maximaal 0,6 keer het netto volume bedragen per uur.
Bij een massief passiefhuis is de luchtdichtheid te bekomen met de pleisterlaag die op zich luchtdicht is. Bij aansluitingen dient gebruik gemaakt te worden van luchtdichtingsfolies of dienen andere maatregelen genomen te worden.

Deze belangrijkste aansluitingen zijn:

  1. De overgang tussen de vloer en het opgaande metselwerk
  2. De omtrek van alle buitenschrijnwerk
  3. De overgang tussen het metselwerk en het hellende of platte dak
  4. Doorgangen van nutsleidingen door de buitenschil

De overgang tussen de vloer en het opgaande metselwerk

Ter hoogte van de overgang tussen de betonplaat en het dragende metselwerk wordt gebruik gemaakt van een dampremmend membraan (scheurvast, waterresistent en waterdicht, b.v. Pro Clima DA). Dit membraan wordt op de stofvrij gemaakte betonplaat vastgekleefd met behulp van een luchtdicht kleefmiddel (b.v. Pro Clima Orcon F) en opgetrokken tegen het dragende metselwerk. Aan de bovenzijde van dit membraan wordt ter hoogte van de waterkering een aansluitband (b.v. Pro Clima Contega PV) aangebracht. Deze aansluitband zorgt voor de luchtdichte aansluiting tussen dampremmend membraan en aangrenzend pleisterwerk. Deze aansluitband is voorzien van een wapeningsnet dat ingepleisterd wordt.

De breedte van de folie is afhankelijk van de uitvoeringswijze, maar een minimumbreedte van 10 cm op de betonplaat en folie tot ongeveer 2 cm boven de vloerpas is noodzakelijk.

Een andere mogelijkheid is om de ruwbouwplaat met een cementering luchtdicht aan te sluiten op de bepleistering. De cementering vertrekt op de ruwbouwplaat en stopt net onder de waterkering onderaan de muur, het pleisterwerk stopt boven de waterkering. De cementering wordt ter hoogte van de waterkering luchtdicht op de bepleistering aangesloten door middel van een luchtdichte overpleisterbare folie.
Waar de betonplaat van de verdieping op de dragende muur ligt (m.a.w. aansluiting gepleisterde wand/ gepleisterd plafond), wordt een voldoende brede en luchtdichte soepele voeg aangebracht (b.v. Pro Clima Orcon F).
Ook kan ervoor gekozen worden om hier luchtdichtingsbanden te gebruiken.

De omtrek van alle buitenschrijnwerk

Het is belangrijk dat er gebruik gemaakt wordt van de daarvoor bestemde aansluitbanden (bvb: Pro Clima Contega PV, SL of FC).

Voor het plaatsen van het buitenschrijnwerk worden drie uitvoeringsmogelijkheden vooropgesteld:

  • Aangezien het buitenschrijnwerk tussen de spouwisolatie moet zitten, komt het buiten het binnenspouwblad te hangen en rust het best ook niet op de buitendorpel. Om het gewicht van het 3-voudig glas te kunnen dragen, wordt daarom een multiplexkader rond het schrijnwerk aangebracht dat gelijk komt met de binnenzijde van het binnenspouwblad waarin het verankerd wordt. Tussen het buitenschrijnwerk en het multiplexkader wordt een luchtdichte siliconenkit aangebracht. Op de rand van dit multiplexkader wordt de luchtdichtingsfolie aangebracht in de neg van het raam. Deze folie wordt dan omgeplooid en ingepleisterd. Dit geeft een optimale garantie op succes.
  • Een andere mogelijkheid is het verankeren van het buitenschrijnwerk met doken in het binnenspouwblad.. Dit kan enkel bij kleine ramen met een kleiner gewicht en die niet te ver voorbij het binnenspouwblad komen. Ook hier wordt een luchtdichtingsfolie gebruikt die aan de zijkant van het buitenschrijnwerk wordt gekleefd en tevens wordt ingepleisterd. Het is belangrijk dat de folie wordt gekleefd alvorens de doken op het raam worden geschroefd zodat de luchtdichting ook hier kan verzekerd worden. Bovendien is dit een werkwijze die het risico op luchtlekken verhoogt.
  • Soudal bundelde al haar productkennis en ervaring samen ter ontwikkeling van het Soudal Window Systeem (SWS-systeem) dat de luchtdichte inbouw van schrijnwerk mogelijk maakt. Het SWS-systeem omvat het gebruik van een elastisch polyurethaan schuim, luchtdichte aansluitingsbanden, bijhorende lijmen en acrylaatvoegen als afwerking. Revolutionair is echter dat onderzoek aan de universiteit van Gent en de KaHo Sint-Lieven uitwees dat, bij gebruik van het elastische polyurethaanschuim Flexifoam, luchtdichtingsfolies overbodig worden. Een voldoende luchtdichte aansluiting tussen multiplexomkasting en gepleisterd metselwerk kan namelijk gecreëerd worden door na plaatsing van het schrijnwerk en mechanische bevestiging, de aansluiting tussen de omkasting en het gepleisterd metselwerk volledig op te spuiten met Flexifoam. De voegdimensie is hierbij wel van belang. Het schuim moet rondom ONONDERBROKEN worden aangebracht over een diepte van minstens 6 à 10 cm. Daarbij dient in het bijzonder te worden opgelet ter hoogte van de klossen die dus best zo klein mogelijk worden gehouden. Eventueel kan het schuim in meerdere lagen worden aangebracht (bv. telkens 5 cm diepte). Meer info over het gebruik van Flexifoam in een luchtdichte toepassing kunt u bekomen bij Soudal.

Informeer ook steeds bij uw raam- en deurproducent of schrijnwerker naar eventueel (merk)specifieke oplossingen voor de inbouw van passief schrijnwerk.

De overgang tussen het metselwerk en het hellende of platte dak

Er moet gebruik gemaakt worden van daartoe bestemde aansluitbanden die de luchtdichte verbinding vormen russen het lichtdichte dakvlak en de luchtdichte wand. (b.v. Pro Clima Contega PV, SL of FC en/of Pro Clima Unitape, Tescon en Rapidcel).

Er kan ook gebruik gemaakt worden van pleisterprofielen met een geïntegreerd net waarachter het dampscherm (luchtdicht) van het dak wordt geklemd. Zo wordt er voldoende overlap tussen dampscherm en pleister bekomen.

Voor de luchtdichting van het hellende dakvlak op zich worden verschillende uitvoeringsmogelijkheden vooropgesteld:

  • Eén mogelijkheid is het gebruik van een dampremmende, luchtdichte folie (b.v. Pro Clima DB+ of Intello). Deze folie moet zo vlak en zo strak mogelijk geplaatst te worden, bij onderbreking moet een overlapping van 10 cm voorzien worden. Deze overlapping moet luchtdicht worden uitgevoerd (b.v. dicht gekleefd met Orcon F). Steeds dienen de plaatsingsvoorschriften van de fabrikanten te worden nagelezen en nageleefd. Ook dient er toegezien te worden op de luchtdichte aansluiting met het binnenpleisterwerk.
  • Een andere mogelijkheid is het aanbrengen van OSB-platen aan de binnenzijde van de dakspanten waarvan de naden worden afgekleefd met daarvoor bestemde luchtdichtingskleefmiddelen. De overgang tussen de OSB-platen en het metselwerk gebeurt ook met de hoger vernoemde luchtdichtingsfolie die ingepleisterd wordt.
  • Er kan ook gekozen worden om op de spanten een OSB-plaat te plaatsen waarvan de naden worden afgekleefd langs de buitenzijde alvorens de isolatieplaten te bevestigen. Hierbij moet er vooral aandacht geschonken worden aan de topgevels en de dakgoot en de luchtdichte aansluiting met het binnenpleisterwerk.

Opmerking:
Recentelijke metingen door het departement Bouwfysica van de K.U.Leuven tonen aan dat OSB-platen op zich niet altijd luchtdicht zijn. Indien u dus OSB-platen wenst te gebruiken, raden wij u aan u bij de fabrikant ervan te vergewissen dat de platen effectief voldoende luchtdicht zijn. Het wordt aldus aangeraden om het aantal m2 OSB te beperken.

Doorgangen van nutsleidingen door de buitenschil

Verschillende nutsleidingen moeten ook luchtdicht afgewerkt worden, zoals de energiebocht, de toe- en afvoer van de ventilatie en de afvoerbuizen van het vuil water. Ook hier moet met de nodige zorg aandacht besteed worden aan het dichten van de spleet tussen de desbetreffende buis en de opening in de vloer, wand of dak.

Aangeraden wordt gebruik te maken van luchtdichte manchet doorvoeren.

De uitvoeringsdetails

Om tot het vereiste eindresultaat te komen moeten een aantal detailleringen onder de loep genomen worden alvorens met de uitvoering te starten. Zo moeten alle mogelijke bouwknopen onderzocht worden en koudebruggen zo mogelijk vermeden worden.

Bouwknopen in EPB 2010 en in PHPP worden anders beschouwd. Soms is een detail “koudebrug” bij PHP maar niet bij EPB 2010 of omgekeerd. Daar we met de case (daterend van 2008) een PHP-certificaat nastreefden, moest de detaillering zodanig zijn dat aan alle voorwaarden van PHP werd voldaan. De gebruikte foto's op deze website zijn van deze case die dateert van voor de EPB regelgeving. Ondertussen heeft het PassiefHuisPlatform het beoordelen van de bouwknopen meer gelijkgestemd met de EPB-regelgeving. Echter verschillen blijven bestaan.